zaterdag 12 augustus 2017

Even iets moois nr. 289 - Vroeg in het veld

Op tijd uit de veren op de vogelvrije vrijdag. Doel is om zo mogelijk wat slapende vlinders vast te leggen en misschien libellen met nog de dauw op hun vleugels. Zodoende rijden we naar een kletsnat juweel van een natuurterrein, ergens tussen Barneveld en Leusden. We zijn niet heel vroeg, maar gelukkig zit de zon nog achter de wolken. Het moet wel een geslaagde dag worden, want al bij het parkeren van de auto zien we een ijsvogel die een paar vrolijke rondjes vliegt.





Ja, dit is wel zo ongeveer de bedoeling. Een Zwarte Heidelibel zit te wachten tot de zon hem heeft opgewarmd zodat hij op jacht kan. Is zijn lijf een beetje opgewarmd, dat schudt hij de dauwdruppels wel van zijn vleugels af.
Grappig dat de kop van een libel niet dicht is, maar slechts lijkt te bestaan uit een holte met een scharnier waar omheen de ogen draaien.





Ook de slapende vlinders treffen we aan. Nog te koud om te vliegen zijn ze een makkelijke prooi voor de macrolens. Dit is trouwens een Icarusblauwtje, een zeer algemeen voorkomende soort.





Soms ben ik ontzet van mijn eigen foto's. Dat is o.a. bij deze het geval. We zien hier een Bandheidelibel, een zeldzaamheid in het Nederlandse luchtruim. Nog even en zij zal genoeg zon hebben gevangen om haar dag te beginnen. Ik word stil als ik naar deze foto kijk...





Het is een fantastisch gezicht: vlinders die nog niet weg kunnen in een landschap van sprieten waarvan de dauwdruppels lijken te schitteren als verre diamanten.





Van de Bandheidelibel is dit het mannetje. Deze is opgewarmd en al volop actief.





U mag me best vragen naar de naam van dit heerschap, maar het antwoord moet ik u schuldig blijven... (Aanvulling GR: betreft hier de Strontvlieg.)





Dit is de Tijger- of Wespenspin. Een prachtig beest waarop ik moeilijk uitgekeken raak. Toevallig ging het van de week op de radio over deze meneer: door de klimaatveranderingen wordt hij steeds noordelijker aangetroffen, inmiddels tot in Den Helder toe. Hoe het ook zij, ik zag er zat.





Kijk nou, een Lantaarntje. Leuk, teer insect.





Het is nog maar augustus, maar toch zien we al zat paddenstoelen. Ik neem niet de tijd om deze op naam te brengen; leuk is-ie wel.





Fraai! Ik denk dat we hier kijken naar de Watersnuffel, maar het is niet simpel om juffers op naam te brengen. Alles hangt af van het aantal, de tekening en de kleur van de segmenten van het lijf. (Aanvulling GR: waarschijnlijk is dit de Azuurwaterjuffer...)





Komische beesten, die sprinkhanen. Ben je in de gelegenheid ze een poosje van dichtbij te bestuderen, dan kost het geen moeite ze allerlei menselijk eigenschappen toe te dichten. In ieder geval: mooi hè?

zondag 6 augustus 2017

Even iets moois nr. 288 - (Hoge) Veluwe

De vogelvrije vrijdag voerde mij in eerste instantie naar de fotohut op de Hoge Veluwe, vlakbij de ingang Otterlo. Somber weer was het, met af en toe wat lichte regen, en dat zorgde voor egaal belichte maar ook wat ruizige foto's.





De Eekhoorn kwam even buurten. Er was kennelijk niets wat hem bekoorde, dus hij was zo weer weg.




Een Roodborst, uit een nest van dit jaar. Hij is nog niet helemaal op kleur en zijn pak zit nog wat frommelig.





Had je even genoeg van alle vinken en mezen, dan was er nog een extra uitdaging: een stuk of vijf Muizen raceten (spreek uit: reesten) permanent rond de vijver en het omliggende bos. Een hele kunst om die een keer goed in de lens te krijgen.





Een Heggenmus, eveneens in de puberteit. Zelfs zijn staart ontbreekt nog...





Jonge Vinken waren er maar zat. Soms zaten er wel twintig die onderling behoorlijk konden kibbelen.





Ook de juveniele Grote Bonte Spechten waren ruimschoots aanwezig. Met hun behendige vliegkunsten leken ze met plezier elkaar na te zitten of met een scheervlucht elkaar aan het schrikken te maken. Leuk, die herhaling in het beeld.





Ja, dit doet gewoon pijn aan m'n ogen, zo mooi vind ik deze Appelvink. Ook een jonkie van dit jaar; z'n ouders zijn nóg kleuriger. Stuk voor stuk sieraden voor onze bossen. Je ziet ze niet zo makkelijk, want meestal houden ze zich hoog in dicht geboomte op.





Een jonge Merel heeft even een bad genomen en schudt zijn veren uit. Zijn staart bestaat uit nog maar een of twee veren, maar verder is-ie al mooi op kleur.





In de middag liet ik de vogelhut even voor wat-ie was, en vertrok naar een tweede bestemming voor die dag. Het Aardhuis te Hoog-Soeren is een wildpark met een aantal Edelherten die dagelijks om 14.00 uur wat worden gevoerd. Het geeft een prachtige gelegenheid om zo'n 'boeketje' edelherten op de plaat te krijgen. Het is ook een gekend uitje binnen reformatorische kringen; ik kwam zelfs een groepje lange rokken tegen dat zich luid psalmen zingend (hele noten!!) door het park bewoog.





Mooi natuurlijk, zo'n volwassen hert dat nog niet al te oud is. Gelukkig ging net de zon even schuil achter een fikse wolk zodat ik een prachtig uitgelicht plaatje kreeg.


woensdag 2 augustus 2017

Even iets moois nr. 287 - Dan maar insecten...

Voor de vogelvrije vrijdag had ik een overzichtelijk doch enigszins ambitieus wensenlijstje: graag wat foto's van de woudaap en een paar van geoorde fuutjes. Nou, dat werd helemaal niks; beide kreeg ik niet in het oog, laat staan voor de lens.
Ik dacht er aan om de dag maar als mislukt te beschouwen toen mijn oog viel op de begroeiing om me heen, mét alles wat daarop vloog, wriemelde en kroop. De macrolens maakte overuren en het werd alsnog een dagje om met plezier op terug te kijken.





Een Rood Soldaatje, een geinig insect dat onvermoeibaar over sprietjes en bloemetjes banjert, altijd op zoek naar een vluchtige partner.





Erg leuke beesten altijd: Sprinkhanen. Ik sprak ooit iemand die sprinkhanen aan hun geluid wist te onderscheiden. Dat vind ik dan toch wel erg knap. Zelf had ik er eens eentje in beeld die zich ging zitten wassen. Z'n kaken, z'n ogen, de sprieten, alles kreeg een beurt. Ik heb me er zeer mee vermaakt.





Jawel, een Vuurlibel. Vrij schuw, maar met uiterst omzichtig benaderen kreeg ik 'm toch prettig voor de lens. (Aanvulling van een lezeres: betreft niet de vuurlibel, maar de Bloedrode Heidelibel...)





Weer een Rood Soldaatje. Ze behoren tot de orde van de weekschildkevers en zijn uitermate giftig. Daarom durven ze zich ook zo open en bloot te vertonen, soms vrij massaal. Geen vogel of ander dier dat er eens even zijn tanden in zet...





De Schorpioenvlieg ziet er nogal vervaarlijk uit. Toch heb ik nergens kunnen vinden of-ie nou mensen bijt of steekt. Voor de zekerheid hield ik maar een beetje afstand.





Ja.. unnuhhh Dinges op het leverkruid. Ik heb geen enkel verstand van dit soort insecten, maar mooi vind ik ze wel.





Als afsluiter nog een gewone Fuut. Normaliter had ik eraan voorbij gelopen, maar ik vond het gedrag van de kleine wel grappig. Hij lijkt echt te bedelen om een visje. Moeder werd het al snel zat en duwde het jong onder water. 'Je kunt het onderhand best zelf' leek ze te bedoelen.


woensdag 26 juli 2017

Even iets moois nr. 286 - Vlinders

Afgelopen weekend waren we met de caravan een weekendje in Oost-Groningen. Dat het daar prachtig is hou ik liever voor me, anders wordt het veels te druk. In ieder geval bezochten we daar een aantal tuinen en kwekerijen en ik bezorgde mijn macrolensje wat overuren op de vlinders die al die planten en bloemen aantrekkelijk vonden.

Lichtelijk aangedikt kwam ik uit het weekend: dazen bleken een voorliefde te hebben voor mijn gespierde benen en armen...





Het Landkaartje. Ik vind dit altijd een leuke vlinder. Hier probeerde ik wat verder weg te blijven, zodat de donkere vlinder mooi opvalt tussen die lichte staarten. Had eigenlijk nog wel wat afstandelijker gekund...





De bovenkant van de vleugels van het Landkaartje is mooi. Een aardig patroon van licht en donker, afgezet met een oranje bies. Er zijn twee lichtingen van deze vlinder: een in het voorjaar en een in de zomer. Ze verschillen iets van kleur en er is geen overlap tussen de lichtingen.





Maar echt interessant is de onderkant van de vleugels van het Landkaartje. Het is inderdaad net of je op een kaart kijkt, met wegen die een landschap doorkruisen. Het is dus altijd even wachten tot het beestje zijn vleugels samenvouwt.





De Atalanta, misschien wel onze bekendste inheemse vlinder. Dit exemplaar lijkt behoorlijk afgevlogen, met die rafelige vleugelranden.





Dit is de Gehakkelde Aurelia. De bovenkant is mooi oranje met donkere vlakken (beetje als de kleine vos) maar zo en-profiel zie je goed de 'gehakkelde' vleugelrand. Ook de witte 'komma' is kenmerkend voor deze soort. Je ziet ze overigens steeds vaker tegenwoordig.




Nog een keer de Gehakkelde Aurelia. Ik heb de dieptescherpte niet goed gekozen, maar de combinatie met een gele Echinacea is dan wel weer aardig. Verder is het gewoon veel te zonnig waardoor kleuren te hard worden of uitgebeten raken. Hoewel het ook wel eens goed gaat beschouw ik toch de zon als de grootste vijand van de macrofotograaf...





Als afsluiter nog een Atalanta. Deze is zo puntgaaf, hij moet werkelijk kakelvers zijn. Prachtig!

maandag 17 juli 2017

Even iets moois nr. 285 - Heel Gewone Foto's...

Tja, ik stak wat tijd in het zoeken naar woudaap en zwarte ibis, maar ik moet het maar gewoon toegeven: ik vond ze niet. Daarom maar wat 'bijvangst,' datgene dat ik wel wist vast te leggen.





Mooi, zo'n Distelvlinder. Het zijn trekvlinders die soms met veel, soms met weinig Nederland bereiken. Dit jaar niet heel veel, is mijn indruk.





Moeder Rietzanger heeft het druk met het (op)voeden van de kleintjes.





Weggedoken in de ruigte denkt deze Grote Zilverreiger dat ik hem niet zie...





Een bevallige senior, zo te zien leniger dan ik, heeft eveneens de distelvlinder ontdekt. Maar waar je nou een gebreide telelens kunt kopen???





Het is hemeltergend zoals jonge Lepelaars om eten kunnen schreeuwen. Ik maak me er altijd een beetje kwaad om en dat heeft natuurlijk heel erg weinig zin...





Een Spreeuw in de polder. Ik krijg ze graag voor de lens met hun oliekleurige verenpak, maar ze zijn schuwer dan je denkt.





Ook een vaste polderbewoner: de Witte Kwikstaart. Hoewel, nou ik dit opschrijf begin ik te twijfelen. Is het niet een vrouwtje Rouwkwikstaart? Hij is wel erg donker op de rug. Wie het weet moet het maar even zeggen...





 Drie Ooievaars van dit jaar komen even terug op het nest. Even daarvoor liepen ze nog in gras van de Eempolders. Te herkennen aan de snavel die nog niet rood is.





Afgelopen zaterdagavond: drie jonge merels vliegen uit. Stom toevallig zitten we net buiten te eten; even toevallig ligt mijn camera schietklaar. Het eten wordt koud...





Met verdubbelde ijver brengen de oudervogels voer aan de vogels die onbeholpen door de straat fladderen. Vette wormen en besjes vormen de ingrediënten voor een voedzaam maaltje.





Een van de jongen probeert zich staande te houden op het dak van de auto van de buuf. De staart moet nog groeien en zonder dat zijn ze tamelijk hulpeloos. Maar met zoveel katten op het plein mogen ze wel razendsnel leren goed van kwaad te onderscheiden.

Om een lang verhaal kort te houden: op zondagmorgen maak ik een rondje door de buurt. De oudervogels zitten wat verdwaasd en doelloos op een tak. Van de jongen ontbreekt elk spoor. Hier en daar sluipt een kat...

Met dit beknopte fotoverslagje is hun te korte leven niet helemaal zinloos geweest. Zoals Reve schreef: 'Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven...'

maandag 10 juli 2017

Even iets moois nr. 284 - van sterns, kwakken en plevieren...

Eindelijk weer eens wat tijd voor de hobby en ik besloot er even iets moois van te maken. Dat lukte boven verwachting. 






Het jong krijgt zo te zien een bij te verwerken; hij eet het smakelijk op. Het voeren duurt overigens hooguit een kwart seconde, dus het is een kwestie van goed opletten.





Hier staat een oudervogel te bidden langs een rietkraag. Zwarte Sterns worden geholpen met broedgelegenheid door vlotjes in het water te leggen.





Op de golfbaan in Alphen aan de Rijn is een Kwak gesignaleerd. Het beest sluipt door de laaghangende takken van een paar bomen aan de overkant, in de hoop een visje te verschalken. We slaan het tafereel met (dan nog) 4 fotografen gade, tot er een zegt: als we nou 10 meter naar links opschuiven, dan komt-ie misschien naar onze kant...





Jawel, na een 20 minuten wachten komt hij naar onze kant en krijgen we de gelegenheid de vogel van dichtbij te bestuderen. De Kwak is een reigersoort die hoofdzakelijk 's nachts actief is. Kenmerkend zijn het gedrongen postuur en dat ene witte sliertje op zijn achterhoofd.





Met verbazing zien we hoe de Kwak vrij makkelijk het ene na het andere visje onder het kroos vandaan haalt. Hoe ziet hij dat nou??





Is er even niks, dan geeuwt-ie wat. Niets menselijk is 'm vreemd, zo lijkt het.





Baarsjes, voorntjes, hij laat het zich allemaal goed smaken. Zes visjes weet hij te vangen.





Als ik nou heel eerlijk ben, dan vind ik een niet al te nabij portretje eigenlijk net zo mooi; beetje statisch, ietwat introvert, stuk omgeving erbij... Prachtig!





Op een stukje braak liggend industrieterrein ben ik op zoek naar patrijzen wanneer mijn oog getrokken wordt naar een vogeltje dat zich uitgesproken opvallend gedraagt. Hij probeert mij te doen geloven dat hij gewond is en daarmee leidt hij de aandacht af van zijn jongen die ergens vlakbij moeten zitten.





Het is een Kleine Plevier. Die staat bekend als pioniersoort en dat betekent dat hij graag te vinden is op rommelige terreinen en braakliggende gronden met wat ruigte, stenen en gruis. Het beestje blijft mijn aandacht trekken door op luttele meters voor me langs te paraderen. Ik maak er dankbaar gebruik van. Door met mijn neus (en camera) naar de grond te gaan krijg ik een fraai portretje met een vage achtergrond.





'Nou, kom je nog mee' lijkt hij te vragen. Nee, ik laat ze maar weer met rust. Die jongen heb ik overigens nergens kunnen vinden, maar ik deed er ook niet mijn best voor.





Op hetzelfde terreintje foerageert een Grasmus. Hij ziet er wat verfomfaaid uit; heeft het druk met het voeren van de nakomelingen. Hij raakt gefrustreerd als ik in zijn buurt kom, want hij wil niet zijn nest verraden. Ik laat 'm maar gauw alleen.